LZK
woensdag, 12 juni (2002)
rennen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en ballen

Met zijn tienen lopen ze achter de bal aan. Drie jongens en een meisje uit groep 6 tegen 6 jongens uit groep 4 en 5. De partijen lijken eerlijk verdeeld. Na vijf minuten scoren de groten, 1-0. De kleintjes laten het er echter niet bij zitten en zetten zich vol goede moed weer achter de bal. Met z'n zessen tegen vier, dat moet toch lukken!

Een paar dametjes hangen rond bij het bankje waarop ik zit. Joyce verontschuldigt zich omdat ze niet mee doet met het voetballen. Ze heeft namelijk iets aan haar nieren en daardoor heeft ze snel last van haar rug. Ze wijst de plek aan waar het zeer doet. Ik kan niets zien, maar ze kijkt er heel ernstig bij. "Bart de Graaf" denk ik.

"Nieren? Wat zijn dat, nieren?" Anja kijkt me vragend aan. "Nieren zitten in je lijf en die gebruik je om je bloed schoon te maken. Net zoals je je haren moet wassen als ze vies zijn moet ook je bloed wel eens schoongemaakt worden. En dat doen je nieren." "Wat een gek woord zeg, nieren. Alle mooie woorden zullen wel op zijn geweest toen ze die een naam moesten geven." Ik begin te lachen. "Ja, dat denk ik ook. Maar ja, ze hebben ook zoveel dingen een naam moeten geven." Wijs wordt er geknikt. "Ja, want er zijn niet zoveel mooie woorden he?"

Ondertussen hang jij een stukje verderop met Tamara in het klimrek. Tamara is al zeven, wat zoveel betekent als "ik kan al bij de vierde spijl en me dan laten vallen zonder dat het pijn doet." Tamara besluit om echt bovenop het huisje te klimmen en daar schuin op te gaan zitten. Ik zie je kijken. Naar Tamara, het huisje, naar mij, weer naar Tamara. "Nee Luna". Ik bederf het feest voordat het is begonnen, tenminste, dat denk je. "Als je er bovenop klimt en je valt, dan is er overal bloed en heb je alle botten in je lijf gebroken. En wie moet dat dan opruimen?" "Ja, jij natuurlijk!" Met je guitige blik kijk je me aan. "Nou, schiet op dan. Het dak op! Maar denk eraan dat jij pas vijf bent en Tamara al zeven, dus je hoeft niet alles te kunnen wat zij ook kan!"

Als een klimaap vlieg je naar boven. Als ik zie dat je weliswaar een wildebras bent, maar (nog steeds niet) op je achterhoofd gevallen, laat ik je met rust en loop terug naar de bank.

Ik ben net op tijd om de bal terug te schieten naar Nick, een van de fanatiekste kleintjes, die samen met zijn vriendje laat zien dat het nederlandse voetbal nog niet dood is. De kleintjes staan inmiddels met 3-1 voor. De strijd is gestreden en beslist in het voordeel van de meerderheid. Democratie in het klein.

"Papa!" Ik schrik me een hoedje en vlieg omhoog. Achter het dak van het huisje zie ik nog net je blonde krullen. Kut denk ik ... kut kut kut. Ik ren om het huisje heen en zie hoe jij jezelf in alle macht vasthoud aan de dakrand. Je roept om hulp, maar hebt niet in de gaten dat je je voeten neer kunt zetten. Het klimrek lijkt wel heel erg gevaarlijk, maar is het niet. "Liefje, je kunt je voeten neerzetten ...." "Wat...?" stamel je. "Dat je je voeten neer kunt zetten, je hoeft je niet vast te houden." Ik begin te lachen en loop naar voren met mijn armen uitgestrekt. "Kom maar, laat je maar zakken, dan vang ik je wel op."

Je laat je in mijn armen vallen, een beetje ontdaan nog van de schrik. "Het is ook zo hoog", begin je tegen me. Maar papa is niet gek, ook al vind hij je wel een beetje zielig. "Als je het nog zo hoog vind dan klim je er maar niet in meisje!" Met tranen in je ogen kijk je me aan. "Ik ben ook pas vijf" zeg je.

Dat klopt! Gelukkig wel!


reacties









persoonlijke info opslaan?






aantal bezoekers