|
|||||
|
|
vrijdag, 27 september (2002)
Van toen je vijf was en nog zes moest worden
Het zijn onrustige tijden. Voor ons allemaal. Ik heb het druk met heel veel zaken. Meer eigenlijk dan er op de kruiwagen past. En toch moeten ze versleept worden. Jij wordt er onrustig van. Al die drukte. Springerig ben je, hoewel dat ook wel weer leuk is. Het huis is nog niet klaar, het souterrain moet nog worden gemaakt. Voor de winter komt gaat dat niet meer lukken. Volgend jaar, in de lente, dan maken we dat stuk van ons huisje af. Kunnen we ook iets aan de tuin gaan doen. Ik hou het meest van gras, jij ook, maar dan alleen als het groen is. Zaadjes vind je maar stom. Daar kun je namelijk niet op voetballen. En bij een zaadje gaan zitten wachten totdat het gras is geworden lijkt je niet zo slim. Want dat duurt wel langer dan een kwartier! Dus gras gaat er komen, en een terrasje. En misschien wel een grote stadion klok, zodat we de voetbalstand bij kunnen houden. Maar eerst wordt het nog herfst, eerst nog vallen de blaadjes (en de bomen want de kapvergunning voor de populieren is binnen) en dan wordt het nog winter. En als het water in de kelder weer langzaam stijgt, dan het lente. En volgend jaar. Geloof me, papa kan niet wachten op de lente. En volgend jaar. Want met alle drukte en alle stress (iets met temperatuur tussen je oren) is dit jaar wel voorbijgevlogen, maar nog lang niet overgegaan. En zo graag zou ik willen dat het over was. Al het geneuzel (dat is iets wat mensen doen met hun lippen) en gedram. Maar goed, om je dan toch nog iets te leren in de winter, heb ik een lijstje gemaakt met dingen te doen. Ik denk dat het je wel bekend voorkomt:
Ik streep ze wel door als je er 1 hebt gehad. En er zitten een paar hele moeilijke bij, dus we halen het wel. De winter door. |
||||
|
|
|||||